Interview met Nick Meysman

Het concept waarbij overheidssteun afhangt van de ecologische en sociale voorbeeldigheid is een van de innovaties van de nieuwe gewestelijke strategie voor economische transitie, Shifting Economy. Nick Meysman,eerste attaché – jurist bij Brussel Economie en Werkgelegenheid en thematisch coördinator Financiering, licht dat begrip toe.

Wat moet je als leek verstaan onder een ‘voorbeeldig’ bedrijf?

Het is in grote lijnen een bedrijf dat deelneemt aan de economische transitie, met een duurzaam economisch model in die zin dat zoveel mogelijk winst maken niet centraal staat in zijn DNA. Economische waarde creëren blijft een doelstelling maar het bedrijf draagt ook sterk bij aan ecologische en sociale doelstellingen.

Wat betekent dat, ‘deelnemen aan de economische transitie’?

De economische transitie betekent dat ondernemingen doelstellingen hebben die verder gaan dan financiële doelstellingen. Concreet wil dat zeggen dat de economie niet alleen focust op de inkomsten van bedrijven maar ook op het welzijn van alle betrokkenen (werknemers, klanten, leveranciers, omwonenden, enz.) en respect voor de planeet.

Waar komt dat concept van ‘voorbeeldigheid’ vandaan?

Het principe om enkel overheidssteun toe te kennen aan bedrijven die vanuit sociaal en/of ecologisch oogpunt voorbeeldig zijn, komt voor in de Algemene Beleidsverklaring van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tegen 2030 kunnen ondernemingen die willen werken volgens de principes van de economische transitie al een verhoging van de economische steunmaatregelen krijgen. De invoering van dit principe is gedeeltelijk gebaseerd op de Europese taxonomie rond duurzaamheid, de ‘donuttheorie’ en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. De toepassing gebeurt in nauwe samenwerking met Brupartners (de voormalige Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en Brussel Economie en Werkgelegenheid, Leefmilieu Brussel, Innoviris en Hub.brussels.

Wat interessant is, is dat er positieve criteria zijn en een negatief criterium. Klopt dat?

Ja, een voorbeeldig bedrijf moet een positieve bijdrage leveren (aan het milieu en/of op sociaal vlak) en mag het andere aspect daarbij geen schade toebrengen. Dat laatste criterium staat expliciet in de Europese teksten (“do no significant harm”). Je kunt je bijvoorbeeld een groot bedrijf in aardolieproducten voorstellen dat zijn personeel in de watten legt maar waarvan de ecologische impact zodanig is dat het vanuit sociaal oogpunt toch niet voorbeeldig kan zijn. Alle voordelen worden gecodificeerd. Het is een alomvattende definitie van alles wat we als voorbeeldig beschouwen.

Streven jullie met een nauwkeurige definitie naar objectieve criteria voor voorbeeldigheid?

Dankzij een objectieve definitie kunnen de bedrijven hun voorbeeldigheid makkelijk aantonen om hun administratieve stappen te vereenvoudigen. Ze hoeven dan slechts een enkel bewijs van voorbeeldigheid in te dienen. Dat kan afgeleverd worden bij alle overheidsinstanties die steun bieden aan de ondernemingen van het Gewest. Zo gebruiken ze dezelfde criteria om voorbeeldigheid te erkennen. We werken momenteel aan een erkenningssysteem voor de voorbeeldigheid van bedrijven. Het doel van die ‘ja/nee’-criteria is inderdaad om ervoor te zorgen dat de voorbeeldigheid aantonen objectief verloopt, om het werk van de overheidsdiensten die de bedrijven moeten financieren te vereenvoudigen. Zo hoeven ze niet geval per geval een grondige analyse te doen.

Hoe zal dat erkenningssysteem eruitzien?

We zijn van plan om te werken met drie manieren. Eerst gaan we de andere labels, erkenningen en certificeringen die reeds bestaan officieel erkennen als bewijs van voorbeeldigheid. Momenteel hebben we er zo’n 24 gevonden. Het label Ecodynamische Onderneming garandeert bijvoorbeeld dat een bedrijf bepaalde criteria voor milieubeheer toepast. Als een onderneming over dat label beschikt, kunnen we ervan uitgaan dat ze voldoet aan het positieve voorbeeldigheidscriterium op ecologisch vlak. Er bestaan ook private labels zoals FSC, voor hout, of B Corp. Voor het sociale aspect is er bijvoorbeeld de erkenning van sociale onderneming op federaal niveau.

De bestaande labels erkennen dus, maar jullie willen nog verder gaan?

De meeste van die labels richten zich tot ondernemingen van een bepaald formaat, die het zich kunnen veroorloven om die erkenningsprocedure op te starten. Maar wij willen niemand uitsluiten, en vooral niet de heel kleine ondernemingen, waarvoor dat administratief gezien heel zwaar is. We gaan daar dus een reeks eenvoudige criteria aan toevoegen om de inspanningen voor voorbeeldigheid van de ondernemingen te erkennen, bijvoorbeeld bij de aanwerving van ongeschoolden of mensen zonder diploma middelbaar onderwijs of met contracten voor alternerend leren. Dat zijn criteria die we relatief eenvoudig kunnen controleren. Tot slot zouden we een gewestelijke commissie kunnen oprichten die in staat is om de voorbeeldigheid van bedrijven die dat vragen te beoordelen, maar hoe dat precies zal gaan moet nog bepaald worden.

Is de voorbeeldigheidscriteria definiëren een van de eerste maatregelen van Shifting Economy?

Absoluut, want de definitie is fundamenteel voor de rest van het financieringsthema. Ze zal voortdurend opduiken in de wet. Ze zal voor het eerst verschijnen in een tekst van een verordening die momenteel wordt aangenomen over het belastingkrediet dat verkregen kan worden dankzij proxileningen en samenwerking met coöperaties die kredieten verlenen voor sociale doeleinden. We hebben geprofiteerd van de juridische regularisatie van die maatregel die tijdens de coronacrisis genomen werd om er het begrip van sociale en ecologische voorbeeldigheid in op te nemen en de termijn ervoor vast te leggen.

Bestaat dat concept van sociale en ecologische voorbeeldigheid en het feit dat het een voorwaarde is om overheidssteun te krijgen elders al?

Bij mijn weten niet. We hebben natuurlijk inspiratie gehaald uit een studie van het Gewest die de succesfactoren van voorbeeldige ondernemingen in het buitenland trachtte te identificeren. We gaan overigens een brochure publiceren over een tiental daarvan om economische actoren in het Brussels Gewest te inspireren. Maar ook hier zijn we nog maar eens pioniers.